hoofdredactioneel commentaar NRC over strooibeleid bij gladheid: Crisis in Nederland

 

Het deel van deze zin na de dubbele punt is niet ironisch bedoeld: de strooizoutsituatie in Nederland verkeert in een crisis. Het bewijs daarvoor leverde minister Schultz van Haegen (Infrastructuur en Milieu,VVD) vorige week door de zoutloketten open te stellen. Een besluit dat uiteraard pas kon worden genomen nadat de minister had overlegd met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), het Interprovinciaal Overleg (IPO) en de Unie van Waterschappen (UvW).

Van een ‘crisissituatie’ in de strooizoutsector wordt bij de overheid officieel gesproken als de voorraden van de wegbeheerders dreigen op te raken, de markt niet of niet voldoende strooizout kan leveren en er sprake is van aanhoudende gladheid als gevolg van het winterweer. En dat is nu het geval.

Rijkswaterstaat houdt er tien zoutloketten op na, één nationale en negen regionale. Districtshoofden zijn het aanspreekpunt bij de loketten. Gelet op de weersverwachting zijn zij ongetwijfeld paraat. Bovendien moeten ze erop toezien dat er heldere keuzes worden gemaakt, zoals het bij een echte crisis hoort. De schaarste moet worden verdeeld, dus het zout mag alleen maar worden gestrooid op wegen die ertoe doen en niet lukraak in de eerste de beste woonwijk. En regio’s kunnen niet zomaar een voorraadje zout aan het loket bestellen; ze moeten beschikken over „een bestuurlijk vastgestelde regionale strooikaart”, zo staat het in de regels.

Treurig is de ‘crisis’ wel rond deze oertaak van de overheid. Temeer daar zij zich vorige winter ook al voordeed en de wegbeheerders – landelijke, regionale en lokale overheden – dus gewaarschuwd waren. De crisis verbaast ook degenen die zich het nieuwsbericht herinneren dat van overheidswege in september werd uitgebracht onder de kop ‘Rijkswaterstaat is klaar voor de winter’. Gealarmeerd als de dienst was door de wetenschap dat hij de afgelopen winter 191.000 ton aan zout had uitgestrooid, tegen 70.000 ton in een ‘normale’ winter.

Ook op politiek niveau werd het probleem niet onderschat, getuige een brief aan de Tweede Kamer, die de toenmalige minister van Verkeer en Waterstaat, de CDA’er Camiel Eurlings, in januari van dit jaar verzond. Niet zonder gevoel voor drama schreef hij: „Een tekort aan strooizout heeft [..] mogelijk ontwrichtende effecten op het functioneren van onze samenleving.”

Zullen we afspreken dat alle wegbeheerders voortaan zoutvoorraden aanleggen die groot genoeg zijn om een winter als deze zonder al te veel glij- en slippartijen te doorstaan? Het is wellicht geen briljante oplossing, maar de charme van eenvoudige oplossingen kan zijn dat ze soms zo verdraaid effectief zijn.

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.